Voor 1920 waren nagenoeg alle telefoontoestellen van hout en handgemaakt: onderdelen gemonteerd op een houten plank en daaromheen een houten behuizing. De toestellen hingen vaak aan de muur alhoewel er in deze periode ook al zg. "mobiele" telefoons kwamen: toestellen die op tafel stonden en met een snoer waren verbonden aan een batterij en aan het telefoonnet. Toestellen met kiesschijf komen in deze periode nog nauwelijks voor omdat in Europa pas rond 1920 de automatische elektromechanische telefooncentrale zijn intrede doet.